Interventie in Afghanistan: militair én humanitair?

Ludo De Brabander, Georges Spriet en Pol De Vos

De Belgische regering heeft beslist haar militaire aanwezigheid in Afghanistan te vergroten en wil voortaan ook rechtstreeks deelnemen aan gevechtsoperaties. F-16 vliegtuigen moeten luchtsteun verlenen aan de Nederlandse NAVO-troepen die opereren in oorlogszones.

Toen goed zeven jaar geleden de oorlog losbarste stuitte dat op verzet van de vredesbeweging, en dat om verschillende redenen. Met deze vergeldingsoorlog wilde de NAVO terreur beantwoorden met tegenterreur, want hoe noem je anders de grootschalige bombardementen waarvan ook de burgerbevolking het slachtoffer werd.

We waarschuwden voor geweldsescalatie en stelden dat terrorisme niet met een oorlogsverklaring moest bestreden worden, maar door het wegnemen van de voedingsbodem ervan. Verder probeerden we duidelijk te maken dat deze oorlog perfect paste binnen de geostrategische doelstellingen van Washington en bij uitbreiding de NAVO om de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiebronnen te controleren, ten koste van China en Rusland.

Tenslotte waarschuwden we voor de effecten op vlak van bewapening en algemene militarisering. Terrorisme en schurkenstaten werden het ultieme argument om werk te maken van een vernieuw militair-industrieel complex. Daar is inmiddels ook bijgekomen dat de ambitie van de NAVO als mondiale ordehandhaver staat of valt met het slagen in Afghanistan. Dat verklaart het hardnekkig vasthouden aan dit niet te winnen conflict.

Het resultaat is inmiddels gekend. Op korte termijn stegen wereldwijd de militaire uitgaven en werd versneld werk gemaakt van een interventiecapaciteit, zowel binnen de NAVO als de EU. De defensie-industrie mocht zich verlekkeren op winstgevende contracten en zou intensief betrokken worden bij de werkgroep die het veiligheids- en defensieluik verzorgde van de Europese Grondwet.

Het ondertussen opgerichte Europese Defensieagentschap verzekert nu verder de toekomst van de Europese wapenindustrie. De lidstaten van de EU hebben zich er in het nog te ratificeren Verdrag van Lissabon toe verbonden om hun bewapening op te voeren (art. 28 A – 3). Niet onbelangrijk is dat de hele militaire EU-politiek zich inschrijft in de NAVO-strategie (art. 28 A – 7).

De Belgische beslissing om nu ook aan gevechtsoperaties deel te nemen in Afghanistan, was te verwachten. Niet alleen omdat België onder druk stond van andere NAVO-bondgenoten, maar ook vanuit het absurde geloof dat we met militaire slagkracht stabiliteit en orde kunnen scheppen in deze in chaos gedrenkte wereld. Dat het Belgische defensiebeleid zich door meer internationale ambities moest laten leiden, met inbegrip van risico-opdrachten, konden we al aflezen uit de partijprogramma’s van CD&V en MR. Nu we nog meer soldaten naar conflictgebieden zullen sturen, komt ongetwijfeld de volgende stap: de groei van het defensiebudget.

We kijken met stijgende verbazing hoe dit als vanzelfsprekend aan de bevolking wordt verkocht terwijl het politieke debat rond essentiële vragen er maar niet komt: Wat zijn de basisoorzaken van oorlog en geweld? Zijn militaire interventies wel productief? Vormt de westerse houding in de wereld wel een bijdrage tot orde en stabiliteit? En beschikken we (NAVO, EU) over de nodige legitimiteit om voor politieagent te spelen in de rest van de wereld?

Als we kijken naar het resultaat van de drie grote optredens van de afgelopen jaren (Servië-Kosovo, Afghanistan en Irak) dan zouden we toch gerust eens wat meer vraagtekens mogen plaatsen bij dat soort van robuuste militaire interventies. Zonder politieke oplossing op het terrein dreigt een militaire interventie het leed alleen maar te vergroten.

Veel valt te zeggen over ons geostrategische en economische beleid. Als het er op aankomt, hollen we nog altijd onze belangen achterna. In strategische documenten van de VS en de EU heet het steevast dat de energiebevoorrading moet veiliggesteld worden. Het militaire geldt daarbij altijd als het ultieme breekijzer. Irak illustreert dat overtuigend, de fluwelen handschoen (en de enorme Westerse wapenverkopen) ten aanzien van Saoedi-Arabië evenzeer.

Verder blijven onze regeringen een absoluut geloof hechten aan het neoliberale marktdogma, terwijl de onevenwichtige handelsrelaties van vandaag in tal van arme landen bijdragen tot economische ontwrichting met alle gevolgen op vlak van veiligheid. Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats blijven in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig is beloofd.

Dat brengt ons bij de laatste vraag. Zou het echt kunnen dat we amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode ons plots laten inspireren door gevoelens van ethische bevlogenheid? We zwaaien nogal gemakkelijk met onze ‘superieure’ waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde ‘oorlog tegen de terreur’ martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek worden beschouwd. Bij de ‘bevrijding’ van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse ‘humanitaire’ bommen. Sindsdien hebben onafhankelijke onderzoekers het over honderdduizenden doden in Irak.

Ook bij de wapenhandel vallen onze regeringen door de mand. De Europese gedragscode verhindert niet dat er massa’s wapens blijven gaan naar gevoelige gebieden. Onze politici ijveren zogezegd voor vrede in het Midden-Oosten terwijl Arabische autocratische regimes en atoommacht Israël tot de tanden toe bewapend worden. Aan de genocide in Rwanda gingen massale wapenleveringen uit Europa vooraf.

Er dringt zich een maatschappelijk debat op over ons veiligheids- en defensiebeleid, maar dan liefst een die uitgaat van het streven naar menselijke veiligheid voor iedereen en niet een die er a priori op gericht is ons militair imago in de buitenwereld op te poetsen.

Laat onze Minister van Defensie dus wat terughoudendheid aan de dag leggen vooraleer hij ‘onze jongens’ naar de oorlogszones van Afghanistan instuurt. Een laatste punt nog: Bij de Nederlandse collega’s die de Belgische militairen nu gaan ondersteunen, zijn al 14 soldaten gesneuveld.

Bron: MO*, 06/02/2008