Democratisch deficit heerst rond NAVO-politiek

Ludo De Brabander

Symbolische actie wegens nepdebat over NAVO in Belgisch Parlement

Symbolische actie wegens nepdebat over NAVO in Belgisch Parlement

Vrijdag en zaterdag (19 en 20 november 2010) komen de regeringsleiders van de NAVO-lidstaten bijeen in Lissabon. Volgens NAVO-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen gaat het om een van de belangrijkste bijeenkomsten in de geschiedenis van de NAVO. Daar valt in eigen land weinig van te merken.

Onze parlementaire vertegenwoordigers houden amper twee dagen voor de top slechts een ‘gedachtewisseling’ over de top, in een gezamenlijke commissie van Buitenlandse Zaken en Landsverdediging van Kamer en Senaat. En dat is dan nog alleen maar dankzij de inspanningen van enkele parlementairen die er zwaar voor hebben moeten lobbyen. De inzet van de top is nochtans niet min. Er wordt een Nieuw Strategisch Concept (NSC) vastgelegd voor het komende decennium, er wordt een fundamentele wijziging van de Afghanistan strategie vanaf 2014 bevestigd en er komt een ‘nieuwe start’ in de momenteel behoorlijk verziekte relatie met Rusland. Hoewel het stuk voor stuk om beslissingen gaat met grote repercussies op het Belgische buitenlands en defensiebeleid vertrekt onze regering naar Lissabon zonder dat daar een ernstig parlementair, laat staan, maatschappelijk debat aan vooraf ging en zonder een duidelijk mandaat. Dat we met een ontslagnemende regering zitten is een flauw excuus.

Wat steekt daar achter? Parlementaire desinteresse speelt zeker een rol. Maar dat de NAVO-politiek  geen parlementaire inspraak verdraagt al evenzeer. De huidige regering wil zich tonen als een goede leerling van de trans-Atlantische alliantie en een betrouwbare partner van de VS, waar de NAVO-koers de facto grotendeels wordt bepaald. Zo zijn er al diverse resoluties gestemd in de Belgische Kamer en Senaat die de verwijdering vragen van de kernwapens op ons grondgebied. In de lente van dit jaar nog veroordeelde het Vlaams Parlement kernwapens als “de meest destructieve en gruwelijke massavernietigingswapens ooit” en eiste het een zo vlug mogelijke verwijdering van kernwapens uit Europa. Maar nu al is beslist dat de nucleaire politiek van de NAVO ongewijzigd zal blijven. In een voorbereidend NAVO-rapport staat dat de “NAVO afhankelijk blijft van een mix van nucleaire en conventionele wapens”. Over de Europese kernwapens die de VS op het grondgebied van een aantal NAVO-bondgenoten hebben opgeslagen, is het ondubbelzinnig. Het behoud van deze wapens “versterkt het principe van de uitgebreide nucleaire afschrikking en collectieve defensie”. Een ander belangrijk punt op de agenda in Lissabon is het opnemen van een territoriaal antirakettenschild in de NAVO-strategie. In de International Herald Tribune (15 november) benadrukte de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder het belang van de opname van het rakettenschild als NAVO-capaciteit. Bovendien, aldus Daalder, gaat het om een kleine extra kost van 200 miljoen dollar, te spreiden over de komende 10 jaar. Het staat in de sterren geschreven dat onze regering de nucleaire politiek en het rakettenschild in de NAVO-strategie zal aanvaarden, ook al gaat het in tegen de wil van de eigen bevolking die ze vertegenwoordigt. In het parlement ontbreekt dan weer de politieke wil om de regering te wijzen op haar verplichtingen voor nucleaire ontwapening, zoals het zelf heeft bevestigd in parlementaire resoluties.

En zijn er nog thema’s die ons parlement zouden moeten wakker doen schieten. De NAVO gaat immers alsmaar meer de weg op van een mondiale speler en moet, volgens het voorbereidende NAVO-rapport, “bereid zijn om zich te verdedigen (en af te schrikken) tegen dergelijke bedreigingen, ongeacht de plaats van herkomst”. In principe is er voor de toekomstige NAVO geen onderscheid meer tussen klassieke defensie-opdrachten en interventie-optredens ver buiten het grondgebied. M.a.w. in de nieuwe strategie zal elk militair optreden binnen of buiten het NAVO-territorium, gedefinieerd worden als een optreden in het belang van de veiligheid van haar leden. Rasmussen stelt bijvoorbeeld dat een bedreiging van de energiebevoorrading een militair optreden noodzakelijk kan maken. “Er zijn minder militaire dreigingen van ons territorium, maar meer uitdagingen voor onze veiligheid, vanuit elke richting, met inbegrip van de cyberruimte.” Dat betekent “meer troepen die zich kunnen verplaatsen, kunnen blijven en in hun missies kunnen slagen, waar ze ook maar naartoe worden gestuurd.” Als alles defensie wordt dan is de implicatie dat er niet langer een mandaat nodig is van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zoals dat al het geval was met de aanval tegen Afghanistan. Dat is een gevaarlijke trend waar ons parlement best toch eens van wakker mag liggen.

En dan is er nog Afghanistan waar de meerderheid van het parlement in een suffe inertie is beland. Troepenverhogingen, veranderingen in de missie, deelname van onze F-16’s aan het offensief rond Kandahar… het kan allemaal zonder dat ons parlement op zijn strepen staat. Nu hebben de VS een nieuw plan klaar dat in Lissabon moet worden goedgekeurd. De boodschap is heel duidelijk dat er geen sprake is van een exit-strategie en dat m.a.w. ook ons land -als gevolg daarvan- na 2014 zijn militair engagement in Afghanistan verder zal moeten opnemen. De VS beslist, de NAVO treedt bij,  onze regering zal het goedkeuren en ons parlement… dat zal er eens over “van gedacht gewisseld hebben”. Ons land is in oorlog en dat lijkt ‘onze democratie’ te zijn ontgaan. Heel triest toch allemaal.

(*) Co-auteur van het boek ‘Als de NAVO de passie preekt’ (Uitgeverij EPO, 2009)