NAVO-baas licht een tip van de sluier over het nieuwe strategische concept

Ludo De Brabander

navo-rasmussenNAVO-Secretaris-Generaal Anders Fogh Rasmussen heeft in een toespraak vandaag de grote lijnen van het Nieuw Strategisch Concept (NSC) uiteengezet, zoals dat later dit jaar op de NAVO-top in Lissabon zal worden goedgekeurd. Uit zijn toespraak onthouden we vooral dat de NAVO deze wereld vooral in termen van dreigingen definieert. Dat geeft voldoende argumenten om de reeds ingeslagen NAVO-koers naar een mondiale interventiegerichte alliantie met behoud van nucleaire capaciteit verder te zetten. Het bondgenootschap wil vooral het militaire machtsmonopolie behouden: “De NAVO moet een militaire macht kunnen genereren en behouden op een niveau dat door geen enkele tegenstander geëvenaard worden”.Interventie wordt collectieve defensie
De belangrijkste opdracht van de NAVO blijft de collectieve defensie gebaseerd op artikel 5 van het NAVO-verdrag uit 1949. Maar de interpretatie van wat defensie vandaag betekent in de “nieuwe veiligheidsomgeving” is wel erg veranderd. In principe is er voor de toekomstige NAVO geen onderscheid meer tussen klassieke defensie-opdrachten en interventie-optredens ver buiten het grondgebied. M.a.w. volgens het toekomstige NSC kan elk militair optreden binnen of buiten het NAVO-territorium, gedefinieerd worden als een optreden in het belang van de veiligheid van haar leden. Rasmussen stelt bijvoorbeeld dat een bedreiging van de energiebevoorrading een militair optreden noodzakelijk kan maken. “Er zijn minder militaire dreigingen van ons territorium, maar meer uitdagingen voor onze veiligheid, vanuit elke richting, met inbegrip van de cyberruimte.” Dat betekent “meer troepen die zich kunnen verplaatsen, er kunnen blijven en slagen waar ook ze naartoe worden gestuurd.” Dat betekent ook het uitbouwen van relaties met derde landen, naar analogie van het ‘coalition of the willing’ concept van voormalige president Bush in Irak en de samenstelling van de door de NAVO-geleide ISAF-operatie waaraan ook niet-NAVO-landen deelnemen. Wat de rol van de Verenigde Naties moet zijn blijft in het vage. Maar als alles defensie wordt dan is de implicatie dat er niet langer een mandaat gevraagd zal worden aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zoals dat al het geval was met de aanval tegen Afghanistan. Het gaat om een gevaarlijke trend.

Nucleaire wapens blijven een rol vervullen van de nieuwe strategie

Rasmussen kan zich vinden in de toespraak van Obama vorig jaar over de nood aan een wereld zonder nucleaire wapens, maar dat betekent geenszins dat de NAVO daarom werk zal maken van nucleaire ontwapening. We moeten immers onze burgers beschermen tegen de dreiging van een nucleaire aanval en dat betekent “dat zolang er nucleaire wapens zijn in de wereld, de NAVO ook nucleaire wapens moet behouden.” Rasmussen drukt ook de hoop uit dat het NSC plaats maakt voor een antirakettenschild. Het is een publieke geheim dat verschillende NAVO-leden daar niet warm voor lopen en/of er het nut niet van inzien. Rasmussen stelt wel zeer optimistisch dat de technologie daartoe klaar is tegen een relatief ‘kleine kost’ van 200 miljoen Euro gespreid over 10 jaar. Tot nu toe maakt het antirakettenschild geen deel uit van de NAVO-strategie. Tot voor enkele jaren legde het ABM-verdrag opgesteld tussen de VS en de toenmalige Sovjetunie daarrond nog zware beperkingen op met de bedoeling om het nucleaire evenwicht niet te verstoren. In 2001 zegden de VS het Verdrag eenzijdig op.

Civiele en militaire op elkaar afstemmen

De oorlog in Afghanistan werkt inspirerend op de rol die de NAVO in de toekomstige strategie moet spelen op vlak van politieke en civiele inspanningen. Het bondgenootschap heeft geen andere keus dan samen te werken met civiele partners en moet ook de politieke en civiele inspanningen op het terrein militair verdedigen. “Onze militaire operaties bevinden zich vaak in een vacuüm omdat de civiele vooruitgang die we nodig hebben er niet is.” Dit zogenaamde CIMIC-concept (civiel-militaire samenwerking) krijgt veel kritiek van NGO’s en andere civiele actoren omdat het onderscheid tussen militaire en civiele actoren dreigt te vervagen waardoor deze laatste makkelijk als doelwit kunnen gezien worden door de tegenstander. Daarnaast dreigen civiele instrumenten zoals ontwikkelingssamenwerking ingezet te worden in functie van militaire doelstellingen in plaats van reële noden. Deze ‘hearts en minds’-aanpak werd eerder al in een VN-rapport over Afghanistan zwaar bekritiseerd.

Geen besparingen meer op defensie

Rasmussen heeft ook een boodschap voor de belastingbetaler en stelt dat verdere besparingen op defensie niet meer kunnen want anders zullen we niet langer in staat zijn om “de veiligheid van dewelke onze economische welvaart afhankelijk is”, te blijven garanderen. “We kunnen niet eindigen in een situatie waar Europa niet langer weegt wanneer het op onze veiligheid aankomt” aldus Rasmussen. Hij waarschuwt dat dit anders wel eens zou kunnen betekenen dat de VS elders een veiligheidspartner zullen zoeken. Wie dat dan mag zijn laat hij in het midden.

Een ontwerptekst van het NSC krijgen we vooralsnog niet te zien. Wel worden de contouren daarvan alsmaar duidelijker. Eerder dit jaar publiceerde een groep van experts een rapport met daarin de aanbevelingen voor het toekomstige NSC. Rasmussen zegt dat dit rapport voor hem een “echte bron van inspiratie” betekende bij het opstellen van het ontwerp van NSC.