De Crem: ‘Geen oorlog in Afghanistan’

Gie Goris

Premier Van Rompuy beloofde het voorbije weekend een extra inspanning van België voor de Navo-operatie in Afghanistan. Zowat iedereen beklemtoont intussen dat er niet gestreefd wordt naar een militaire overwinning en minister De Crem beweerde zelfs dat er geen oorlog is in Afghanistan. Toch is het militaire budget voor de Belgische tussenkomst daar een tienvoud van het humanitaire budget.

In MO*61 schreven wij nog dat België dit jaar zo’n 42 miljoen euro aan militaire uitgaven zou doen in Afghanistan, tegenover ongeveer 7 miljoen euro humanitaire bijstand. Wouter De Vriendt (Groen!) vroeg dat even na bij het Rekenhof, dat de cijfers die ons destijds bezorgd waren corrigeert. Minister De Crem geeft in 2009 in totaal niet minder dan 76 miljoen euro uit voor de aanwezigheid in Afghanistan. De Vriendt: ‘Dat is meer dan het tienvoudige van wat aan ontwikkelingssamenwerking besteed wordt. Dat toont meteen dat we verkeerde strategische prioriteiten leggen.’ Het Rekenhof bekritiseert Defensie bovendien voor een gebrek aan transparantie en gedetailleerde informatie.

Ook de parlementaire opvolgingscommissie voor buitenlandse operaties wordt in het ongewisse gelaten. De Vriendt en collega commissielid Ludwig Vandenhove (sp-a) klagen erover dat het al sinds tweede kerstdag geleden is dat de betrokken kamerleden en senatoren samenkwamen –ook al zijn die commissieleden bereid om de confidentialiteit van de informatie te respecteren. Door alle informatie over de operatie in Afghanistan vertrouwelijk te verklaren, wordt de democratische controle op zowel uitgaven als inzet van militairen echter zo goed als onmogelijk gemaakt. Nochtans zei Navo secretaris-generaal De Hoop Scheffer, bij zijn bezoek aan Commissie voor Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Belgische Senaat op 19 januari: ‘Allereerst ben ik, als voormalig parlementslid, overtuigd van het belang van het parlementaire debat.’ Al voegde hij daar meteen een zinnetje aan toe dat de ruimte voor debat betrekkelijk klein maakte: ‘Het komt u, parlementsleden, toe de Navo te steunen.’

Minister De Crem heeft nog nooit publiek geantwoord op vragen over de inzet van de vier F16’s in Kandahar. Nochtans blijkt telkens weer uit cijfers van de Verenigde Naties dat de meeste burgerslachtoffers die regeringsgezinde troepen in Afghanistan maken, vallen bij luchtoperaties. In 2008 is dat aantal burgerslachtoffers met veertig procent gestegen tegenover 2007, een tendens die parallel loopt met de exponentiële stijging van het aantal luchtbombardementen in 2008. Een recent rapport van de International Crisis Group -Afghanistan: New U.S. Administration, New Directions- adviseert om het gebruik van luchtbombardementen drastisch te verminderen, net omdat ze zoveel burgerslachtoffers maken. ‘Weten of, hoe vaak en met welke gevolgen onze F16’s bombarderen, is dan ook essentiëel’, zegt een gefrustreerde Wouter De Vriendt. Elke bijkomende burgerdode ondergraaft immers de al geringe steun voor de aanwezigheid van westerse troepen en vergroot met andere woorden het veiligheidsrisico voor alle landgenoten in Afghanistan, militairen én burgers. Het feit dat minister De Crem zelfs weigert om onder de mantel van de vertrouwelijkheid hierover te communiceren, laat weinig goeds vermoeden over het aankomende debat over bijkomende inzet van Belgische militairen, bijvoorbeeld om de verkiezingen later dit jaar te beschermen of om de Amerikaanse surge-strategie te ondersteunen.

Tijdens een radio-interview over de extra inspanningen in Afghanistan reageerde De Crem dit weekend zelfs door te zeggen: ‘Het gaat hier niet om een oorlog.’ Waar het volgens De Crem wel over gaat, is over ‘een militaire aanwezigheid die het mogelijk moet maken dat er een economisch weefsel wordt opgebouwd, dat nodig is om de drugshandel tegen te gaan die het internationaal terrorisme financiert dat al zo dicht is gekomen dat er aanslagen zijn gepleegd in Londen, Parijs en Madrid.’ Over welke aanslagen in Parijs de minister het heeft, is niet meteen duidelijk. Bovendien heeft de hele ISAF-operatie die door de Navo geleid wordt nauwelijks iets gedaan tegen de papaverkweek of zelfs tegen de drugslaboratoria. Tijdens een interview met een hoge Navo-militair bij een recente reportagereis in Afghanistan, zei die commandant: ‘We weten waar de laboratoria zijn, maar we mogen niet optreden.’ De commandant beweerde verder dat ISAF harde bewijzen op tafel heeft gelegd van de betrokkenheid van Ahmed Wali Karzai -de broer van de president- bij de drugseconomie. De president heeft geen vinger  uitgestoken. Toen de gouverneur van Kandahar, majoor-generaal Rahmatullah Raufi, op drie december ontslag nam, motiveerde hij dat door te zeggen dat hij een conflict had met niet nader genoemde “machtige personen”. Dat maakte voor iedereen duidelijk dat hij het over A.W. Karzai had.

De klemtoon die De Crem in de bijkomende inzet van België wil leggen op de opleiding van de Afghaanse politie en leger wordt ondersteund door verschillende internationale rapporten, waarond ook het geciteerde rapport van de International Crisis Group van 13 maart. Over de suggestie van de Crem dat minister Michel van Ontwikkelingssamenwerking Michel ook een duit in het zakje van de militaire tussenkomst kan doen, bestaat veel meer discussie.

Bron: MO*, 25/03/2009