Verslag NAVO-debat

Pieter Becuwe

Naar aanleiding van het zestigjarig bestaan van de NAVO en exact één week voor de NAVO-top in Straatsburg-Kehl, organiseerde Vrede vzw een debat over het verleden, het heden en de toekomst van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Het debat had plaats op donderdag 26 maart om 20 uur in het Geuzenhuis te Gent.

De sprekers waren van diverse pluimage: van Ludo Debrabander (Vrede vzw), uitgesproken gekant tegen de NAVO, over Dirk Van der Maelen (sp.a), niet tevreden over de huidige NAVO-werking, tot Frans Van daele, NAVO-ambassadeur en Europees federalist. Deze drie heren werden vergezeld door Tom Sauer, UA-expert in de nucleaire energie en erg gekant tegen het nucleaire NAVO-beleid, en ten slotte Alexander Mattelaer, ex-NAVO-stagiair en gespecialiseerd in risicomanagement aan de VUB.
Het gesprek met vijf heren met uitgesproken meningen werd in goeie banen geleid door Kristof Clerix, MO*-moderator.
Het debat werd opgesplitst in vier grote stellingen: het verleden van de NAVO, de Rusland-politiek, de toekomst van de NAVO en het Afghanistanbeleid. Iedere spreker kreeg bij iedere stelling ruim de tijd om zijn visie te berde te brengen.

Frans Vandaele (NAVO): “De NAVO vormde een veiligheidsscherm waarachter Europese verzoening decennialang kon groeien”

Bij deze eerste stelling worden de verschillen al meteen in de verf gezet. Toch maakt sp.a-parlementslid Dirk Van der Maelen een opdeling van de NAVO-geschiedenis waar alle sprekers zich in kunnen vinden.
De NAVO bestaat uit drie grote blokken van telkens twintig jaar. Het eerste blok van 1949 tot het einde van de jaren zestig, staat in het teken van de creatie van een gemeenschappelijke veiligheidsinstantie die de dreiging van de Sovjet-Unie moet afweren. Maar dit is niet de enige reden, want de NAVO ontstaat ook door politieke beroering. Om subversieve elementen binnen de westerse democratieën zo veel mogelijk te fnuiken, is de oprichting van de NAVO ideaal, maar dit wordt uiteraard niet opgegeven als officiële reden.
Een tweede periode is de Harmel-doctrine (1967), die een ontspanning van de relaties met het Oostblok voorschrijft, bilaterale contacten tussen het oosten en westen moet aanwakkeren en uiteindelijk moet leiden tot een Europese détente.
Dat derde blok, ingezet na de val van de Berlijnse Muur, wordt gekenmerkt door een legitimiteitscrisis van de NAVO. De Russische Beer is niet meer waardoor nieuwe dreigingen moeten aangeduid worden. De NAVO ontwikkelt een eigen defensiebeleid en breidt zijn werkterrein uit buiten de Europese grenzen, zoals vandaag Afghanistan één van de  operatieterreinen is.

Alhoewel alle sprekers deze indeling beamen, zijn er duidelijke meningsverschillen omtrent het feit of de naoorlogse vrede nu dankzij of ondanks de NAVO is. Tom Sauer is van mening dat de herinnering aan de Eerste en Tweede Wereldoorlog én de oprichting van de Europese Gemeenschap veel zwaarder doorwegen dan de aanwezigheid van een veiligheidsorganisatie als de NAVO. Ludo De Brabander is evenzeer van mening dat het ondanks de NAVO is dat er Europese vrede was. Er is misschien wel vrede op Europees grondgebied, maar deze wordt, aldus Ludo, warm uitgevochten in Korea (1950-1953) en Vietnam (1964-1973). De twee heren met NAVO-achtergrond zijn daarentegen van mening dat de aanwezigheid van de NAVO een heel belangrijke rol speelt bij de vorming van een stabiel en oorlogsvrij Europa. Volgens Frans Vandaele is de strategische veiligheid die de VS biedt broodnodig om een open conflict met Rusland te vermijden.
Alexander Mattelaer op zijn beurt tracht reeds van bij het begin te wijzen op het gevaar van een ideologische benadering van de NAVO. Supranationale instellingen als de VN, de EU en ook de NAVO moeten volgens hem als pragmatische instrumenten aanzien worden.

Deze eerste stelling legt al meteen de verschillende visies op de NAVO bloot. Een tweede stelling, de NAVO-Rusland politiek, belooft ook op het scherpst van de snee bediscussieerd te worden.

Kristof Clerickx (MO*): “Komt het nog ooit goed tussen Brussel en Moskou?”

Frans Vandaele pleit voor een voorzichtige benadering ten aanzien van Rusland. Het probleem ligt volgens hem in het feit dat Rusland nog gebruik maakt van negentiende-eeuwse recepten, waarbij ze denken een invloedssfeer te hebben die zo strategisch mogelijk moet gebruikt worden. Het is – volgens hem – van belang om rekening te houden met de Russische gevoeligheden, maar ook Rusland moet wat meer van goede wil zijn, aldus de ambassadeur.
Hij denkt dat de NAVO-Ruslandraad een goed instrument is inzake toenadering, en gelooft ook dat de Obama-administratie nauwer aansluit bij de West-Europese politiek dan de voormalige Bush-administratie. Er zijn diplomatieke openingen aan de gang wat de NAVO-ambassadeur hoopvol stemt.
Ludo De Brabander reageert snoeihard op het betoog van Frans Vandaele. De NAVO houdt volgens hem geen rekening met de gevoeligheden van Rusland, wordt enkel gedreven door een drang naar een monopolisering van de macht en creëert zelf voortdurend invloedssferen.
Een manier tot machtsmonopolisering is de bouw van het rakettenschild in Tsjechië en Polen, en het paaien van Georgië om de energietoevoer uit Eurazië te garanderen.
Het creëren van invloedssferen vanwege de NAVO resulteert bijvoorbeeld in de oprichting van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO), geleid door Rusland en China.

Dirk Van der Maelen wijst dan weer op het absolute belang van de Europese Unie. Hij is van mening dat de werking van de NAVO te allen tijde ondergeschikt moet blijven aan de EU. De EU is namelijk – in tegenstelling tot de NAVO – in staat om niet-militaire compromissen af te sluiten. De NAVO moet samenwerken met de EU, maar voortdurend in een ondergeschikte positie.

Tom Sauer trekt van leer tegen het rakettenschild dat enorm provocerend is ten aanzien van Rusland. De bouw van een rakettenschild is in eerste instantie in geen geval kostenefficiënt, en in tweede instantie mist het zijn doel. Het doel is bescherming tegenover de langeafstandsraketten van Iran, maar Iran beschikt niet over dergelijke raketten. De furieuze reactie van Rusland is begrijpelijk als je ziet hoe ze de voorbije decennia genegeerd werden door het Westen.

Volgens Alexander Mattelaer is de hunker van Oostbloklanden om het NAVO-lidmaatschap te verwerven perfect verstaanbaar. Landen als Letland, Estland en Litouwen hebben schrik van Rusland, en zoeken aansluiting bij een organisatie als de NAVO die in hun veiligheid kan voorzien. De Russische buurlanden hebben volgens Mattelaer het recht om hun toekomst op hun eigen manier uit te bouwen. Het lidmaatschap van de NAVO verwerven is hun eigen keuze.

Dirk Van der Maelen (sp.a): “Er is het reële gevaar van de uitwas van de politieagent van de wereld”

Dirk Van der Maelen wijst op drie essentiële punten waar de NAVO in de toekomst moet naar streven. Eén: het blijven organiseren van een collectieve defensie, twee: het creëren van een forum voor nucleaire ontwapening, en drie: indien nodig een peacekeeping project op poten zetten. De goeie relatie met de Verenigde Staten moet behouden blijven, maar dit mag niet via de NAVO-weg gebeuren, maar wel via de Europese Unie.

De twee NAVO-protagonisten, Vandaele en Mattelaer, wijzen op het belang van het militaire karakter van de NAVO. VUB-expert Mattelaer wijst er bovendien op dat heel wat organisaties zich de NAVO-doctrine eigen maken. Volgens Frans Vandaele moet de NAVO inspelen op dreigingen die steeds diffuser worden, zoals het terrorisme, de energie-
bevoorrading en cyberaanvallen. Het belang van gezamenlijke maatregelen, met een militaire ondertoon, is volgens hem van niet te onderschatten belang.

Ludo De Brabander en Tom Sauer steken een waarschuwend vingertje op naar de NAVO. UA-expert Sauer spitst zich toe op het nucleaire beleid van de NAVO dat volgens hem volledig de verkeerde kant opgaat. Kernwapens hebben vandaag de dag geen enkel politiek of militair nut meer. De nucleaire afschrikking tot de val van de Berlijnse Muur was nodig in tegenstelling tot 2009. Het niet naleven van het Nucleaire Proliferatieverdrag vanwege NAVO-lidstaten zet landen als Pakistan en Iran aan tot de productie van kernwapens. En wie kan hen dat in de huidige situatie kwalijk nemen? Hoe langer we blijven vasthouden aan kernwapens, hoe groter de kans op een ongeluk, besluit Tom Sauer zijn betoog.
Ludo De Brabander is niet te spreken over de omvorming van de NAVO tot een wereldwijde interventiemachine dat fungeert om als economisch blok zijn geostrategische belangen veilig te stellen. Volgens De Brabander heeft de NAVO geen bestaansreden meer, en moet de organisatie bijgevolg meteen opgedoekt worden.

Ludo De Brabander: “Waren we er voor de Afghaanse burgerbevolking? Neen, mensenrechten vormen niet de essentie.”

Dat de situatie in Afghanistan uitzichtloos is, wordt door iedere spreker in meer of mindere mate beaamd. Wat de mogelijke oplossingen voor het probleem zijn, daarover lopen de meningen uiteen.

Dirk Van der Maelen wijst er op dat de missie in Afghanistan vierkant loopt. 1.600 miljard dollar werd er sedert 2001 verspild, en men is zelfs nu nog niet in staat om een kritische evaluatie te maken, allerminst in VS-kringen. Er moet zo snel mogelijk een exit-strategie komen, want met militaire hand proberen één gecentraliseerde staat trachten te vormen, heeft geen nut in een land dat eeuwenlang op regionaal en lokaal niveau werd geregeerd.
Het sp.a-parlementslid klaagt ook over het feit dat Minister van Defensie De Crem tot nu toe nog steeds geen plenair debat heeft toegelaten. Dit is een regelrechte schande, zeker als je kijkt dat de ons omringende landen dergelijk debat wel toelaten.
Nucleair expert Tom Sauer brengt rond dit complexe thema niet veel in, maar stelt zich wel de vraag of wij als westerlingen overal moeten interveniëren. Desalniettemin is nu weglopen volgens hem ook niet de oplossing.
Volgens Ludo was de oorlog al contraproductief van bij het begin (2001). Elke dode die in een dorp valt, zorgt voor ongenoegen bij de bevolking. Mensenrechten zijn niet de essentie voor ISAF (onderdeel van de NAVO in Afghanistan), maar zorgen er enkel voor dat de geostrategische belangen worden gewaarborgd, dit door een westersgezinde leider als Karzai te installeren. De ganse Afghanistan-politiek, en de NAVO-politiek in het algemeen, is volgens Ludo gebaseerd op hypocrisie. Eigenlijk is het een luxevraag wat we gaan doen met Afghanistan.

Frans Vandaele wijst toch ook op de positieve effecten van de verwijdering van het Taliban-regime. Er kunnen opnieuw meer kinderen naar school gaan in vergelijking met 2002. Er zijn heel grote delen van Afghanistan gepacificeerd. Zo zou 70% van de incidenten plaatsvinden op 10% van het grondgebied (rondom en in de steden Uruzgan en Helman). Hij wijst dus op de grote vooruitgang, maar erkent dat er nog veel werk aan de winkel is.
Alexander Mattelaer tot slot is niet onverdeeld positief. De missie is van start te gaan met een extreem gebrek aan middelen. Dhr. Mattelaer denkt dat we op een scharnierpunt zitten; er moet gewerkt worden aan solidariteit tussen de Europese bondgenoten om Afghanistan er weer bovenop te helpen.

Zeker inzake het Afghanistan-dossier, is er radeloosheid ten top. Het kan niet ontkend worden dat er nauwelijks sprake is van transparantie wat de NAVO-aanvallen betreft. Dat de Belgische regering F-16’s inzet is al ernstig genoeg, maar dat gegevens over de lucht-
bombardementen niet publiek worden gemaakt, ondanks een voortdurende vraag, is hemeltergend.
Dat er controverse rond de NAVO bestaat, is meer dan terecht. De organisatie kan op al zijn werkingsdomeinen (Afghanistan, Rusland, kernwapens, zijn militaire karakter…) met de vinger worden gewezen. Een democratisch debat zoals Vrede vzw en MO* organiseerden, biedt de mogelijkheid om de geesten te verruimen, en kritisch te kijken naar de toekomst van de NAVO, wat toch een instantie is en blijft die de wereldpolitiek bepaalt.

De sprekers zorgden voor een boeiend debat waarbij verschillende stemmen aan bod kwamen. Of de NAVO nu zinnig of onzinnig is, moest het aandachtige publiek tijdens en na het debat zelf uitmaken. Misschien ligt de waarheid wel ergens in het midden!?

Pieter Becuwe is stagiair bij Pax Christi Vlaanderen en student aan de Arteveldehogeschool Gent

Bron: Pax Christi, 02/04/2009